Massa-extincties: Hoe het leven zichzelf verstikt

Spreker
Martin Schobben
Wanneer
12 dec 2021
Waar
RMO

Het beeld dat mensen hebben van een massa-extinctie is die van een verwoeste wereld waar het leven in een klap is weggevaagd. Dit beeld wordt voornamelijk gevoed door de befaamde Krijt–Paleogeen (voorheen Tertiair) massa-extinctie met als bekendste slachtoffers de dinosauriërs, waarvan alleen de vogels overleefden. En met als oorzaak het ineenstorten van voedselketens door de zogenaamde “impact winter” als gevolg van een meteoriet inslag. Ondanks dat dit paradigma gedeeltelijk weerlegd is, wordt het scenario van een afnemende productiviteit door afgeremde fotosynthese toch vaak aangevoerd als o.a. de oorzaak van de grootste massa-extinctie: namelijk de Perm–Trias massa-extinctie (252 miljoen jaar geleden). In deze lezing bespreek ik de biologische, fysische, en chemische veranderingen in de oceaan gedurende de Perm–Trias transitie. Deze veranderingen worden bestudeerd aan de hand van fossielen, organische geochemische fossielen (zogenaamde “biomarkers”) en de chemische samenstelling van het gesteente uit die periode. Chemische en/of fysische parameters van de toenmalige omgeving kunnen herleid worden uit enkele van deze chemische metingen aan het gesteente. En daarom kunnen deze metingen gebruikt worden om bijvoorbeeld het nutriëntgehalte (voedingstoffen; o.a. fosfor en stikstof) en zuurstofgehalte van het zeewater ten tijde van de Perm–Trias periode te reconstrueren. Deze paleontologische observaties en geochemische metingen schetsen een beeld van de Perm–Trias extinctie die niet overeenkomt met gereduceerde productiviteit. Daarentegen kunnen deze waarnemingen het best verklaard worden door stabiele productiviteit of dan wel verhoogde productiviteit. Deze productiviteit werd echter in stand gehouden door proliferende prokaryoten (simpele eencellige zoals bacteriën). De afbraak van overvloedig organisch materiaal verbruikte zuurstof uit het water waardoor er een zuurstoftekort ontstond wat ten koste ging van “hogere organismen”. Deze kijk op de massale sterfte aan het einde van het Perm is relevant voor de huidige omstandigheden van de oceaan, voornamelijk aan de kust. De laatste honderd jaar wordt gekenmerkt door een sterke afname in het zuurstofgehalte van deze zeegebieden.